Matthäus Passion
van J.S. Bach


BWV 244
Tekst en Nederlandse vertaling
nog 15 weken tot goede vrijdag
 
© Mark Nauta ( contact)
 
afdruk exemplaar: A4 of boekje
 
bezoekers (uniek): vandaag 26 (17); gisteren 51 (42); week 313 (230)  details

 
lees ook de Johannes Passion
 
 

Matthäus Passion

J.S. Bach
 
BWV 244
 
 
 
 
 
tekst en Nederlandse vertaling
 
matthauspassion.nadro.nl
 
©2007 Mark Nauta
 
 
 
Eerste deel
 
1. Koor
Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen,Kom, uw dochters, deel mijn rouw
Sehet - wen ? - den Bräutigam,Zie - wie ? - de bruidegom Christus,
Sehet ihn - wie ? - als wie ein Lamm.Zie hem - hoe ? - als een lam
Sehet - was ? - seht die Geduld,Zie - wat ? - zijn geduldige liefde
Seht - wohin ? wohin ? - auf unsre Schuld.Zie - waarheen ? - op ons vergrijp
Sehet ihn aus Lieb und Huld,Zie hem, uit liefde en genade,
Holz vom Kreuze selber tragen.zelf het kruishout dragen.
 
O Lamm Gottes, unschuldigO lam van God, onschuldig
am Stamm des Kreuzes geschlachtet,aan het hout van het kruis geslacht.
Allzeit erfund'n geduldig,Immer geduldig bevonden,
wiewohl du warest verachtet.hoewel u werd veracht.
All' Sünd hast du getragen,Alle zonden heeft u gedragen,
sonst müßten wir verzagen.anders moesten wij wanhopen.
Erbarm dich unser, o Jesu, o Jesu !Heb medelijden met ons, o Jezus, o Jezus.
 
Der Plan der Hohenpriester und Ältesten, Matthäus 26, 1-5
 
2. Recitatief
Evangelist: Da Jesus diese Rede vollendet hatte, sprach er zu seinen Jüngern:Toen Jezus deze woorden gesproken had, zei hij tegen zijn discipelen:
Jesus: Ihr wisset, daß nach zweien Tagen Ostern wird, und des Menschen Sohn wird überantwortet werden, daß er gekreuziget werde.Jullie weten dat het over twee dagen Pasen zal zijn, en de mensenzoon overgeleverd zal worden om gekruisigd te worden.
 
3.Koor
Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen,Liefste heer Jezus, wat hebt u misdaan,
Daß man ein solch scharf Urteil hat gesprochen ?dat men een zo hard vonnis heeft uitgesproken ?
Was ist die Schuld, in was für MissetatenWat is uw schuld, tot wat voor misdaden
Bist du geraten ?bent u te buiten gegaan ?
 
4.Recitatief
Evangelist: Da versammleten sich die Hohenpriester und Schriftgelehrten und die Ältesten im Volk, in den Palast des Hohenpriesters, der da hieß Caiphas; und hielten Rat, wie sie Jesum mit Listen griffen und töteten. Sie sprachen aber:Toen kwamen de hogepriester en schriftgeleerden, en de oudsten van het volk, bijeen in het paleis van de hogepriester, genaamd Kajafas, en hielden overleg, hoe zij Jezus grijpen en doden zouden. En zij zeiden:
 
5.Koor
Ja nicht auf das Fest, auf daß nicht ein Aufruhr werde im Volk.Maar niet op het feest, zodat er geen oproer onder het volk ontstaat.
 
Die Salbung in Betanien, Matthäus 26, 6-13
 
6.Recitatief
Evangelist: Da nun Jesus war zu Bethanien, im Hause Simonis des Aussätzigen, trat zu ihm ein Weib, die hatte ein Glas mit köstlichem Wasser, und goß es auf sein Haupt, da er zu Tische saß. Da das seine Jünger sahen, wurden sie unwillig und sprachen:Toen Jezus in Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, kwam er een vrouw naar hem toe met een fles met kostbare zalf, en goot die uit over zijn hoofd, terwijl hij aan tafel zat. Toen zijn discipelen dat zagen, waren ze verontwaardigd, en zeiden:
 
7.Koor
Wozu dienet dieser Unrat ? Dieses Wasser hätte mögen teuer verkauft, und den Armen gegeben werden.Waartoe deze verspilling ? Deze zalf had goed geld kunnen opbrengen, dat aan de armen gegeven had kunnen worden.
 
8.Recitatief
Evangelist: Da das Jesus merkete, sprach er zu ihnen:Toen Jezus dat merkte, zei hij tegen hen:
Jesus: Was bekümmert ihr das Weib ? Sie hat ein gut Werk an mir getan ! Ihr habet allezeit Arme bei euch, mich aber habt ihr nicht allezeit ! Daß sie dies Wasser hat auf meinen Leib gegossen, hat sie getan, daß man mich begraben wird. Wahrlich, ich sage euch: Wo dies Evangelium geprediget wird in der ganzen Welt, da wird man auch sagen zu ihrem Gedächtnis, was sie getan hat.Wat vallen jullie deze vrouw lastig ? Ze heeft mij goed behandeld. Jullie zullen altijd armen om je heen hebben, mij echter hebben jullie niet altijd. Dat ze deze zalf over mij heen heeft gegoten, heeft ze gedaan, omdat men mij begraven zal. Ik verzeker jullie: waar dit Evangelie gepredikt wordt, waar ook ter wereld, daar zal ook worden verteld tot haar nagedachtenis, wat zij gedaan heeft.
 
9. Eine Stimme (Alt)
Du lieber Heiland du,O, liefdevolle verlosser,
Wenn deine Jünger töricht streiten,als uw discipelen er bezwaar tegen maken,
Daß dieses fromme Weibdat deze vrome vrouw
Mit Salben deinen Leibmet zalf uw lichaam
Zum Grabe will bereiten;voor het graf wil voorbereiden;
So lasse mir inzwischen zu,sta mij dan intussen toe,
Von meiner Augen Tränenflüssenmet de vloed van mijn tranen
Ein Wasser auf dein Haupt zu gießen.water over uw hoofd te gieten.
 
10.Aria (Alt)
Buß und Reu,Boete en berouw,
Knirscht das Sündenherz entzwei,verbrijzelen het zondig hart,
Daß die Tropfen meiner Zährendat de druppels van mijn tranen
Angenehme Spezerei,een milde balsem mogen zijn,
Treuer Jesu, dir gebären.voor u, getrouwe Jezus.
 
Der Verrat des Judas, Matthäus 26, 14-16/TR>
 
11.Recitatief
Evangelist: Da ging hin der Zwölfen einer, mit Namen Judas Ischarioth, zu den Hohenpriestern, und sprach:Toen ging een van de twaalf, genaamd Judas Iskariot, naar de hogepriesters, en zei:
Judas: Was wollt ihr mir geben ? Ich will ihn euch verraten.Wat geven jullie mij, als ik hem aan jullie overlever ?
Evangelist: Und sie boten ihm dreißig Silberlinge. Und von dem an suchte er Gelegenheit, daß er ihn verriete.En zij boden hem dertig zilverlingen. Vanaf dat moment zocht hij naar een gelegenheid om hem te verraden.
 
12.Aria (Sopraan)
Blute nur, du liebes Herz !Bloed nu maar, o liefste hart 
Ach ! ein Kind, das du erzogen,Ach, een kind dat jij hebt grootgebracht,
Das an deiner Brust gesogen,dat je aan je borst hebt gezoogd,
Droht den Pfleger zu ermorden,dreigt de verzorger te vermoorden,
Denn es ist zur Schlange worden.want het is tot een slang geworden.
 
Das Abendmahl, Matthäus 26, 17-29
 
13. Recitatief
Evangelist: Aber am ersten Tage der süßen Brot traten die Jünger zu Jesu, und sprachen zu ihm:Op de eerste dag van de ongedesemde broden, gingen de discipelen naar Jezus toe en vroegen hem:
 
14. Koor
Wo willst du, daß wir dir bereiten, das Osterlamm zu essen ?Waar wilt u dat wij het paasmaal voor u bereiden ?
 
15. Recitatief
Evangelist: Er sprach:Hij zei:
Jesus: Gehet hin in die Stadt zu einem, und sprecht zu ihm: Der Meister läßt dir sagen: Meine Zeit ist hier, ich will bei dir die Ostern halten mit meinen Jüngern.Ga in de stad naar iemand toe die ik u noemen zal, en zeg hem: de meester laat u weten: mijn tijd is gekomen, ik wil met mijn discipelen bij u het paasfeest vieren.
Evangelist: Und die Jüngern täten wie ihnen Jesus befohlen hatte, und bereiteten das Osterlamm. Und am Abend setzte er sich zu Tische mit den Zwölfen. Und da sie aßen, sprach er:En de discipelen deden zoals Jezus hen bevolen had, en bereidden het paasmaal. En die avond ging hij met de twaalf aan tafel. En toen zij aten sprak hij:
Jesus: Wahrlich, ich sage euch: Einer unter euch wird mich verraten.Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.
Evangelist: Und sie wurden sehr betrübt und huben an, ein jeglicher unter ihnen, und sagten zu ihm:En zij werden zeer bedroefd, en ieder van hen vroeg aan hem:
Koor: Herr, bin ich's ?Heer, ben ik het ?
 
16. Koor
Ich bin's, ich sollte büßen,Ik ben het, ik zou moeten boeten,
An Händen und an Füßen,aan handen en aan voeten,
Gebunden in der Höll.gebonden in de hel.
Die Geißeln und die Banden,De zweepslagen, die boeien,
Und was du ausgestanden,en wat jij hebt doorstaan,
Das hat verdienet meine Seel.dat heeft mijn ziel verdiend.
 
17. Recitatief
Evangelist: Er antwortete und sprach:Hij antwoordde hen:
Jesus: Der mit der Hand mit mir in die Schüssel tauchet, der wird mich verraten. Des Menschen Sohn gehet zwar dahin, wie von ihm geschrieben stehet; doch wehe dem Menschen, durch welchen des Menschen Sohn verraten wird ! Es wäre ihm besser, daß derselbige Mensch noch nie geboren wäre.Degene die tegelijk met mij zijn hand in de schotel doopt, zal mij verraden. De mensenzoon gaat weliswaar heen, zoals van hem geschreven staat, maar wee de mens die de mensenzoon verraadt. Het zou beter voor hem zijn geweest als hij nooit geboren was.
Evangelist: Da antwortete Judas, der ihn verriet, und sprach:Toen antwoordde Judas, die hem zou verraden:
Judas: Bin ich's, Rabbi ?Ben ik het, Rabbi ?
Evangelist: Er sprach zu ihm:Hij zei tegen hem:
Jesus: Du sagest's.Jij zegt het.
Evangelist: Da sie aber aßen, nahm Jesus das Brot, dankete und brach's und gab's den Jüngern und sprach:Terwijl zij aten, nam Jezus het brood, bedankte, brak het in stukken en gaf het aan zijn discipelen, en zei:
Jesus: Nehmet, esset, das ist mein Leib.Neem en eet, dit is mijn lichaam.
Evangelist: Und er nahm den Kelch, und dankete, gab ihnen den, und sprach:En hij nam de beker, sprak de dankzegging, gaf hun de beker en zei:
Jesus: Trinket alle daraus; das ist mein Blut des neuen Testaments, welches vergossen wird für viele zur Vergebung der Sünden. Ich sage euch: Ich werde von nun an nicht mehr von diesem Gewächs des Weinstocks trinken, bis an den Tag, da ich's neu trinken werde mit euch in meines Vaters Reich.Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond dat vergoten wordt voor velen tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: ik zal van nu af aan niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot aan de dag dat ik haar opnieuw zal drinken met jullie, in het koninkrijk van mijn vader.
 
18. Arioso (Sopraan)
Wiewohl mein Herz in Tränen schwimmt,Hoewel mijn hart in tranen zwemt,
Daß Jesus von mir Abschied nimmt,nu Jezus van mij afscheid neemt,
So macht mich doch sein Testament erfreut:ben ik toch blij om wat hij mij nalaat:
Sein Fleisch und Blut, o Kostbarkeit,zijn vlees en bloed, o kostbaarheid,
Vermacht er mir in meine Hände.laat hij na in mijn handen.
Wie er es auf der Welt mit denen SeinenZoals hij hier op aarde met de zijnen
Nicht böse können meinen,altijd het beste voor had,
So liebt er sie bis an das Ende.zo heeft hij hen tot aan het einde lief.
 
19. Aria (Sopraan)
Ich will dir mein Herze schenken,Ik wil u mijn hart schenken,
Senke dich, mein Heil, hinein !vervul het, heer, geheel van u
Ich will mich in dir versenken;Ik wil volkomen in u opgaan;
Ist dir gleich die Welt zu klein,en is u de wereld te klein,
Ei, so sollst du mir alleindan zal u voor mij alleen
Mehr als Welt und Himmel sein.meer dan aarde en hemel zijn.
 
Die Ankündigung der Verleugnung des Petrus, Matthäus 26, 30-35
 
20. Recitatief
Evangelist: Und da sie den Lobgesang gesprochen hatten, gingen sie hinaus an den Ölberg. Da sprach Jesus zu ihnen:En toen ze de lofzang gezongen hadden, gingen zij de Olijfberg op. Daar zei Jezus tegen hen:
Jesus: In dieser Nacht werdet ihr euch alle ärgern an mir. Denn es stehet geschrieben: Ich werde den Hirten schlagen, und die Schafe der Herde werden sich zerstreuen. Wenn ich aber auferstehe, will ich vor euch hingehen in Galiläam.In deze nacht zal ieder van jullie zich aan mij ergeren. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan, en de schapen van de kudde zullen uiteen gedreven worden, maar wanneer ik zal zijn opgestaan, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.
 
21. Koor
Erkenne mich, mein Hüter,Erken mij, mijn hoeder,
Mein Hirte, nimm mich an !mijn herder, neem mij aan.
Von dir, Quell aller Güter,door u, bron van alle goeds,
Ist mir viel Gut's getan.is mij veel goeds gedaan.
Dein Mund hat mich gelabetUw mond heeft mij gevoed
Mit Milch und süßer Kost,met melk en zoete kost,
Dein Geist hat mich begabetuw geest heeft mij voorzien
Mit mancher Himmelslust.met menige hemelse vreugde.
 
22. Recitatief
Evangelist: Petrus aber antwortete, und sprach zu ihm:Petrus antwoordde en zei tegen hem:
Petrus: Wenn sie auch alle sich an dir ärgerten, so will ich doch mich nimmermehr ärgern.Al zullen allen zich aan u ergeren, ik nooit.
Evangelist: Jesus sprach zu ihm:Jezus zei tegen hem:
Jesus: Wahrlich, ich sage dir: In dieser Nacht, ehe der Hahn krähet, wirst du mich dreimal verleugnen.Ik verzeker je: in deze nacht, nog vóór de haan kraait, zal je mij driemaal verloochenen.
Evangelist: Petrus sprach zu ihm:Petrus zei tegen hem:
Petrus: Und wenn ich mit dir sterben müßte, so will ich dich nicht verleugnen.Ook al moest ik met u sterven, ik zal u niet verloochenen.
Evangelist: Desgleichen sagten auch alle Jünger.En datzelfde zeiden alle discipelen.
 
23. Koor
Ich will hier bei dir stehen;Ik wil hier bij u staan
Verachte mich doch nicht !veracht mij toch niet.
Von dir will ich nicht gehen,Ik wil niet van uw zijde wijken,
Wenn dir dein Herze bricht.wanneer u uw hart breekt.
Wenn dein Herz wird erblassen,Wanneer uw hart zal verbleken,
Im letzten Todesstoß,na de laatste doodsteek,
Alsdenn will ich dich fassendan wil ik u bergen
In meinen Arm und Schoß.in mijn arm en schoot.
 
Jesus in Gethsemane, Matthäus 26, 36-46
 
24. Recitatief
Evangelist: Da kam Jesus mit ihnen zu einem Hofe, der hieß Gethsemane, und sprach zu seinen Jüngern:Toen kwam Jezus met hen bij een hof, genaamd Getsemane, en sprak tot zijn discipelen:
Jesus: Setzet euch hier, bis daß ich dorthin gehe, und bete.Blijven jullie hier zitten, ik ga daar verderop bidden.
Evangelist: Und nahm zu sich Petrum, und die zween Söhne Zebedäi und fing an zu trauern und zu zagen. Da sprach Jesus zu ihnen:Hij nam Petrus mee en de beide zonen van Zebedeüs, en hij begon bedroefd en beangstigd te worden. Toen zei Jezus tegen hen:
Jesus: Meine Seele ist betrübt bis an den Tod, bleibet hie und wachet mit mir.Mijn ziel is bedroefd tot stervens toe, blijf hier en waak met mij.
 
25. Arioso (Tenor & Koor)
Tenor: O Schmerz ! Hier zittert das gequälte Herz;O smart, hier siddert het gekwelde hart,
Wie sinkt es hin, wie bleicht sein Angesicht !hoe bezwijkt het, hoe verbleekt zijn aangezicht.
Koor: Was ist die Ursach aller solcher Plagen ?Wat is de oorzaak van al deze plagen ?
Tenor: Der Richter führt ihn vor Gericht,De rechter voert hem voor het gerecht,
Da ist kein Trost, kein Helfer nicht.daar is geen troost, geen helper.
Koor: Ach ! meine Sünden haben dich geschlagen !Ach, het zijn mijn zonden die u laten lijden.
Tenor: Er leidet alle Höllenqualen,Hij ondergaat alle hellepijnen,
Er soll fü fremden Raub bezahlen.hij moet voor vreemden schuld betalen.
Koor: Ich, ach Herr Jesu, habe dies verschuldet,Ik, heer Jezus, heb de straf verdiend,
Was du erduldet.Die jij moet dulden.
Tenor: Ach, könnte meine Liebe dir,Ach, kon mijn liefde u,
Mein Heil, dein Zittern und dein Zagenmijn heil, uw angsten en uw plagen
Vermindern oder helfen tragen,verminderen of helpen dragen,
Wie gerne blieb ich hier !hoe graag bleef ik hier.
 
26. Aria (Tenor & Koor)
Tenor: Ich will bei meinem Jesu wachen.Ik wil bij mijn Jezus waken.
Koor: So schlafen unsre Sünden ein.Dan slapen onze zonden in.
Tenor: Meinen TodVoor mijn dood
Büßet seiner Seelen Not;Boet hij in zijn zielenood
Sein Trauren machet mich voll Freuden.Zijn treuren schenkt mij de zaligheid.
Koor: Drum muß uns sein verdienstlich Leiden,Daarom moet ons zijn dienstbaar lijden,
Recht bitter und doch süße sein.zeer bitter en toch zoet zijn.
 
27. Recitatief
Evangelist: Und ging hin ein wenig, fiel nieder auf sein Angesicht und betete, und sprach:En hij liep wat verder, wierp zich op de grond, en bad:
Jesus: Mein Vater, ist's möglich, so gehe dieser Kelch von mir; doch nicht wie ich will, sondern wie du willst.Mijn vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan. Maar niet zoals ik dat wens, maar zoals u dat wenst.
 
28. Arioso (Bas)
Der Heiland fällt vor seinem Vater nieder,De verlosser valt voor zijn vader neer,
Dadurch erhebt er mich und alledaardoor verheft hij mij en allen
von unserm Fallevan onze zondeval
hinauf zu Gottes Gnade wieder.weer opwaarts, tot Gods genade.
Er ist bereit,Hij is bereid,
den Kelch, des Todes Bitterkeit zu trinken,de beker, de bitterheid van de dood, te drinken,
in welchen Sünden dieser Weltwaarin de zonden van deze wereld
gegossen sind und häßlich stinken,zijn uitgegoten, en afschuwelijk stinken,
weil es dem lieben Gott gefällt.omdat het de lieve God behaagt.
 
29. Aria (Bas)
Gerne will ich mich bequemen,Graag ben ik bereid,
Kreuz und Becher anzunehmen,kruis en beker te aanvaarden,
Trink ich doch dem Heiland nach.daarmee volg ik immers de verlosser.
Denn sein Mund,Want zijn mond,
Der mit Milch und Honig fließet,die van melk en honing overvloeit,
Hat den Grundheeft de bittere smaak
Und des Leidens herbe Schmachvan het lijden
Durch den ersten Trunk versüßet.door die eerste teug verzoet.
 
30. Recitatief
Evangelist: Und er kam zu seinen Jüngern, und fand sie schlafend, und sprach zu ihnen:En hij kwam bij zijn discipelen, en vond ze in slaap, en zei tegen hen:
Jesus: Könnet ihr denn nicht eine Stunde mit mir wachen ? Wachet und betet, daß ihr nicht in Anfechtung fallet ! Der Geist is willig, aber das Fleisch ist schwach.Kunnen jullie dan niet één uur met mij waken ? Blijf wakker, en bid dat je niet in verleiding komt. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.
Evangelist: Zum andern Mal ging er hin, betete und sprach:Nogmaals ging hij verderop, en bad:
Jesus: Mein Vater, ist's nicht möglich, daß dieser Kelch von mir gehe, ich trinke ihn denn, so geschehe dein Wille.Mijn vader, indien het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat, tenzij ik hem drink, zo zal uw wil gebeuren.
 
31. Koor
Was mein Gott will, das g'scheh allzeit,Wat mijn God wil, dat gebeurt altijd.
Sein Will, der ist der beste,Zijn wil, dat is de beste,
Zu helfen den'n er ist bereit,hij is bereid om hen te helpen,
Die an ihn glauben feste.die vast in hem geloven.
Er hilft aus Not,Hij helpt uit nood,
Der fromme Gott,de goede God,
Und züchtiget mit Maßen.en straft met mate.
Wer Gott vertraut,Wie God vertrouwt,
Fest auf ihn baut,vast op hem bouwt,
Den will er nicht verlassen.die zal hij niet verlaten.
 
32. Recitatief
Evangelist: Und er kam und fand sie aber schlafend, und ihre Augen waren voll Schlaf's, Und er ließ sie, und ging abermals hin und betete zum dritten Mal und redete dieselbigen Worte. Da kam er zu seinen Jüngern, und sprach zu ihnen:En bij terugkomst vond hij hen opnieuw slapend, ze konden hun ogen niet openhouden. En hij liet hen daar, ging wederom verderop, en bad voor de derde maal, waarbij hij dezelfde woorden sprak. Toen kwam hij bij zijn discipelen en zei tegen hen:
Jesus: Ach ! Wollt ihr nun schlafen und ruhen ? Siehe, die Stunde ist hier, daß des Menschen Sohn in der Sünder Hände überantwortet wird. Stehet auf, lasset uns gehen; siehe, er ist da, der mich verrät.Ach, willlen jullie nu slapen en rusten ? Zie, het uur is nabij dat de mensenzoon in de handen van zondaren wordt overgeleverd. Sta op, laten we gaan. Kijk, hij is nabij, die mij verraadt.
 
Jesu Gefangennahme, Matthäus 26, 47-56
 
Evangelist: Und als er noch redete, siehe, da kam Judas, der Zwölfen einer, und mit ihm eine große Schar mit Schwertern und mit Stangen, von den Hohenpriestern und Ältesten des Volks. Und der Verräter hatte ihnen ein Zeichen gegeben, und gesagt: "Welchen ich küssen werde, der ist's, den greifet !" Und alsbald trat er zu Jesum, und sprach:En terwijl hij nog sprak, zie, daar kwam Judas, een van de twaalf, en met hem een grote schare met zwaarden en stokken van de hogepriesters en oudsten van het volk. En de verrader had hen een teken gegeven en gezegd: "Degene die ik kus, die is het, die moet je grijpen". En meteen ging hij op Jezus af, en sprak:
Judas: Gegrüßet seist du, Rabbi !Wees gegroet, Rabbi
Evangelist: Und küssete ihn. Jesus aber sprach zu ihm:En kuste hem. Maar Jezus zei tegen hem:
Jesus: Mein Freund, warum bist du kommen ?Mijn vriend, waarom ben je gekomen ?
Evangelist: Da traten sie hinzu, und legten die Hände an Jesum, und griffen ihn.Daarop traden zij naar voren, sloegen de handen aan Jezus, en grepen hem.
 
33. Duet (Sopraan & Alt)
Duet: So ist mein Jesus nun gefangen.Zo is mijn Jezus nu gevangen
Koor: Laßt ihn, haltet, bindet nicht !Laat hem, houdt op, bindt hem niet !
Duet: Mond und LichtMaan en sterren
Ist vor Schmerzen untergangen,zijn van verdriet ondergegaan,
Weil mein Jesus ist gefangen.omdat mijn Jezus is gevangen.
Sie führen ihn, er ist gebunden.Ze voeren hem weg, hij is geboeid.
Koor: Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden ?Zijn bliksem en donder in wolken verdwenen ?
Eröffne den feurigen Abgrund, o Hölle !Open uw vurige afgrond, o hel
Zertrümmre, verderbe, verschlinge, zerschnelle,Vermorzel, verderf, verslind, vernietig,
mit plötzlicher Wutmet plotselinge woede
Den falschen Verräter, das mördrische Blut.die valse verrader, die moordenaar.
 
34. Recitatief
Evangelist: Und siehe, einer aus denen, die mit Jesu waren, reckete die Hand aus und schlug des Hohenpriesters Knecht, und hieb ihm ein Ohr ab. Da sprach Jesus zu ihm:En zie, een van degenen die met Jezus waren, strekte zijn hand uit en sloeg de knecht van de hogepriester een oor af. Toen zei Jezus tegen hem:
Jesus: Stecke dein Schwert an seinen Ort; denn wer das Schwert nimmt, der soll durchs Schwert umkommen. Oder meinest du, daß ich nicht könnte meinen Vater bitten, daß er mir zuschickte mehr denn zwölf Legion Engel ? Wie würde aber die Schrift erfüllet ? Es muß also gehen.Steek je zwaard weer bij je, want wie het zwaard opneemt zal door het zwaard omkomen. Of denk je dat ik mijn vader niet kon vragen mij meer dan twaalf legioenen engelen te sturen ? Hoe zouden dan de schriften worden vervuld, die zeggen dat het zo zal gebeuren ?
Evangelist: Zu der Stund sprach Jesus zu den Scharen:En Jezus sprak tot de scharen:
Jesus: Ihr seid ausgegangen als zu einem Mörder, mit Schwertern und mit Stangen, mich zu fahen, bin ich doch täglich bei euch gesessen und habe gelehret im Tempel, und ihr habt mich nicht gegriffen. Aber das ist alles geschehen, daß erfüllet würden die Schriften der Propheten.Zoals tegen een moordenaar zijn jullie met zwaarden en stokken er op uit getrokken om mij gevangen te nemen, terwijl ik toch dagelijks bij u in de tempel heb gezeten en geleerd, en jullie hebben mij niet gegrepen. Maar dat alles is gebeurd, zodat wat in de schriften geschreven staat gebeuren zal.
Evangelist: Da verließen ihn alle Jünger, und flohen.Toen lieten alle discipelen hem alleen, en vluchtten.
 
35. Koor
O Mensch, bewein dein Sünde groß,O mens, beween uw grote zonden,
Darum Christus sein's Vaters Schoßwaardoor Christus zijn vaders schoot
Äußert und kam auf Erden;verliet en op aarde kwam.
Von einer Jungfrau rein und zartUit een maagd, rein en teer
Für uns er hie geboren ward,werd hij hier voor ons geboren.
Er wollt der Mittler werden.Hij wilde de bemiddelaar worden.
Den'n Toten er das Leben gabDe doden gaf hij het leven terug
Und legt darbei all Krankheit ab,en genas alle ziekten,
Bis sich die Zeit herdrange,totdat de tijd gekomen was,
Daß er für uns geopfert würd,dat hij voor ons geofferd werd,
Trüg unsrer Sünden schwere Bürddroeg hij de zware last van onze zonden
Wohl an dem Kreuze lange.langdurig aan het kruis.
 

© Mark Nauta
 
Auteursrecht:
Niets uit deze webpagina mag geheel of gedeeltelijk worden overgenomen, geplaatst worden op andere sites, openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, en/of commercieel gebruikt worden, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
 
Deze webpagina is opzettelijk op diverse (opvallende en minder opvallende) details incorrect, om aldus van kopieen te kunnen onderscheiden.
 
De auteur is te bereiken via het contactformulier.

Tweede deel
 
36. Aria (Alt)
Ach ! nun ist mein Jesus hin !Ach nu is mijn Jezus weg.
Koor: Wo ist denn dein Freund hingegangen,Waar is uw vriend dan heengegaan,
O du Schönste unter den Weibern ?O jij schoonste onder de vrouwen ?
Alt: Ist es möglich, kann ich schauen ?Is het mogelijk, kan ik dit aanschouwen ?
Koor: Wo hat sich dein Freund hingewandt ?Waar is uw vriend dan heengegaan ?
Alt: Ach ! mein Lamm in Tigerklauen,Ach, mijn lam in tijgerklauwen,
Ach ! wo ist mein Jesus hin ?ach, waar is mijn Jezus heen ?
Koor: So wollen wir mit dir ihn suchen.Zo willen wij met u hem zoeken.
Alt: Ach ! was soll ich der Seele sagen, wenn sie mich wird ängstlich fragen ?Ach, wat moet ik mijn ziel zeggen, als ze mij angstig zal vragen:
Ach ! wo ist mein Jesus hin ?ach, waar is mijn Jezus heen ?
 
37. Recitatief
Evangelist: Die aber Jesum gegriffen hatten, führeten ihn zu dem Hohenpriester Caiphas, dahin die Schriftgelehrten und Ältesten sich versammlet hatten. Petrus aber folgete ihm nach von ferne, bis in den Palast des Hohenpriesters, und ging hinein, und satzte siech bei die Knechten, auf daß er sähe, wo es hinaus wollte. Die Hohenpriester aber und Ältesten und der ganze Rat suchten falsches Zeugnis wider Jesum, auf daß sie ihn töteten, und funden keines.Degenen die Jezus gevangen genomen hadden, brachten hem naar de hogepriester Kajafas bij wie de schriftgeleerden en oudsten zich verzameld hadden. Petrus volgde hem van verre tot in het paleis van de hogepriesters, en ging naar binnen en ging bij de knechten zitten, om te zien waar het op uit zou lopen. De hogepriester nu en de oudsten en de gehele raad zochten een valse getuigenis tegen Jezus om hem ter dood te brengen, en vonden er geen.
 
38. Koor
Mir hat die Welt trüglich gericht'tDe wereld heeft hij met bedrog rechtgesproken
Mit Lügen und mit falschem G'dicht,Met leugens en met vals gedicht,
Viel Netz und heimlich Stricken.vele netten en heimlijke strikken.
Herr, nimm mein wahr in dieser G'fahr,Heer, neem mij waar in dit gevaar,
B'hüt mich für falschen Tücken !behoed mij voor hun listen.
 
39. Recitatief
Evangelist: Und wiewohl viel falsche Zeugen herzutraten, funden sie doch keins. Zuletzt traten herzu zween falsche Zeugen, und sprachen:En hoewel vele valse getuigen naar voren kwamen, vonden zij niets. Tenslotte kwamen twee valse getuigen naar voren, die zeiden:
Getuigen (Alt en Tenor): Er hat gesagt: "Ich kann den Tempel Gottes abbrechen und in dreien Tagen denselben bauen."Hij heeft gezegd: "Ik kan Gods tempel afbreken en in drie dagen weer opbouwen."
Evangelist: Und der Hohepriester stund auf und sprach zu ihm:En de hogepriester stond op en zei tegen hem:
Hohepriester: Antwortest du nichts zu dem, das diese wider dich zeugen ?Antwoord jij niet op hetgeen zij tegen u getuigen ?
Evangelist: Aber Jesus schwieg stille.Maar Jezus zweeg.
 
40. Arioso (Tenor)
Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille.Mijn Jezus zwijgt op valse leugens stil,
um uns damit zu zeigen,om ons daarmee te tonen,
daß sein erbarmensvoller Willedat zijn medelijdensvolle wil
vor uns zum Leiden sei geneigt,voor ons tot lijden is bereid,
und daß wir in dergleichen Peinen dat wij in diezelfde pijn
ihm sollen ähnlich seinop hem dienen te gelijken
und in Verfolgung stille schweigen.en bij vervolging ook stil te zwijgen.
 
41. Aria (Tenor)
Geduld ! Geduld !Geduld ! Geduld !
Wenn mich falsche Zungen stechen.Als valse tongen mij bestoken,
Leid ich wider meine Schuldonderga ik buiten mijn schuld
Schimpf und Spott,hoon en spot,
Ei, so mag der liebe Gottmag dan de lieve God
Meines Herzens Unschuld rächen.de onschuld van mijn hart wreken.
 
42. Recitatief
Evangelist: Und der Hohepriester antwortete, und sprach zu ihm:En de hogepriester antwoordde, en zei tegen hem:
Pontifex: Ich beschwöre dich bei dem lebendigen Gott, daß du uns sagest, ob du seiest Christus, der Sohn Gottes ?Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons, bent u Christus, de zoon van God ?
Evangelist: Jesus sprach zu ihm:Jezus zei tegen hem:
Jesus: Du sagest's. Doch sage ich euch: Von nun an wird's geschehen, daß ihr sehen werdet des Menschen Sohn sitzen zur Rechten der Kraft, und kommen in den Wolken des Himmels.Jij zegt het. Maar ik zeg jullie: van nu af aan zullen jullie de mensenzoon aan de rechterhand van God zien zitten, en komende op de wolken van de hemel.
Evangelist: Da zerriß der Hohepriester seine Kleider und sprach:Toen scheurde de hogepriester zijn kleren, en riep:
Pontifex: Er hat Gott gelästert; was dürfen wir weiter Zeugnis ? Siehe, jetzt habt ihr seine Gotteslästerung gehöret. Was dünket euch ?Hij heeft God gelasterd, welke getuigenis hebben wij nog nodig ? Nu hebben jullie zijn godslastering gehoord, wat is jullie oordeel ?
Evangelist: Sie antworteten und sprachen:Zij antwoordden en spraken:
Koor: Er ist des Todes schuldig !Hij is de dood schuldig !
 
43. Recitatief
Evangelist: Da speieten sie aus in sein Angesicht, und schlugen ihn mit Fäusten. Etliche aber schlugen ihn ins Angesicht, und sprachen:Toen spuwden ze hem in zijn gezicht en stompten hem. Sommigen sloegen hem in het gezicht en riepen:
Koor: Weissage uns Christe, wer ist's, der dich schlug ?Voorspel ons, Christus, wie u sloeg ?
 
44. Koor
Wer hat dich so geschlagen,Wie heeft u zo geslagen,
Mein Heil, und dich mit Plagenmijn verlosser, en met kwellingen
So übel zugericht' ?zo lelijk toegetakeld ?
Du bist ja nicht ein SünderU bent immers geen zondaar
Wie wir und unsre Kinder;zoals wij en onze kinderen;
Von Missetaten weißt du nicht.van misdaden weet u niets.
 
45. Recitatief
Evangelist: Petrus aber saß draußen im Palast; und es trat zu ihm eine Magd und sprach:Petrus zat nog altijd buiten in het hof. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe, die zei:
Eerste Maagd (Sopraan): Und du warest auch mit dem Jesu aus Galiläa.Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea.
Evangelist: Er leugnete aber vor ihnen allen, und sprach:Maar hij loochende voor hen allen, door te zeggen:
Petrus: Ich weiß nicht, was du sagest.Waar heb je het over ?
Evangelist: Als er aber zur Tür hinausging, sahe ihn eine andere und sprach zu denen, die da waren:Maar toen hij de poort uitging, zag een ander hem. Ze zei tegen degenen die daar waren:
Tweede Maagd (Sopraan): Dieser war auch mit dem Jesu von Nazareth.Deze hoorde ook bij die Jezus van Nazaret.
Evangelist: Und er leugnete abermal und schwur dazu:En hij ontkende het nogmaals en zwoer:
Petrus: Ich kenne des Menschen nicht.Ik ken die man niet.
Evangelist: Und über eine kleine Weile traten hinzu, die da standen, und sprachen zu Petro:En na een tijdje kwamen meer mensen die daar stonden erbij, en zeiden tegen Petrus:
Koor: Wahrlich, du bist auch einer von denen; denn deine Sprache verrät dich.Ongetwijfeld, ook jij bent een van hen, want je accent verraadt je.
Evangelist: Da hub er an, sich zu verfluchen und zu schwören:Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren:
Petrus: Ich kenne des Menschen nicht.Ik ken die man niet.
Evangelist: Und alsbald krähete der Hahn. Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte: "Ehe der Hanh krähen wird, wirst du mich dreimal verleugnen". Und ging heraus und weinete bitterlich.En terstond kraaide de haan. Toen dacht Petrus aan de woorden van Jezus toen hij tegen hem had gezegd: "Nog voor de haan kraait zal je mij driemaal verloochenen". En hij ging naar buiten en weende bitter.
 
47. Aria (Alt)
Erbarme dich,Heb medelijden,
Mein Gott,mijn God,
Um meiner Zähren willen !omwille van mijn tranen.
Schaue hier,Zie toch,
Herz und Auge weint vor dirhart en oog wenen
Bitterlich.bitter om u
 
48. Koor
Bin ich gleich von dir gewichen,Ook al mocht ik van u zijn afgedwaald,
stell ich mich doch wieder ein;toch keer ik mij opnieuw tot u;
Hat uns doch dein Sohn verglichenWant uw zoon bracht ons verzoening
durch sein' Angst und Todespein.door zijn angst en stervenspijn.
Ich verleugne nicht die Schuld;Mijn schuld ontken ik niet;
aber deine Gnad und Huldmaar uw genade en welwillendheid
ist viel größer als die Sünde,is veel groter dan de zonde,
die ich stets in mir befinde.die zich immer in mij bevindt.
 
Jesus vor Pilatus. Das Ende des Judas, Matthäus 27, 1-14
 
49. Recitatief
Evangelist: Des Morgens aber hielten alle Hohepriester und die Ältesten des Volks einen Rat über Jesum, daß sie ihn töteten. Und banden ihn, führeten ihn hin, und überantworteten ihn dem Landpfleger Pontio Pilato.Die ochtend besloten de hogepriesters en de oudsten van het volk dat zij Jezus zouden doden. Ze boeiden hem, voerden hem weg, en leverden hem over aan de landvoogd Pontius Pilatus.
Da das sahe Judas, der ihn verraten hatte, daß er verdammt war zum Tode, gereuete es ihn und brachte her wieder die dreißig Silberlinge den Hohenpriestern und Ältesten, und sprach:Toen Judas, die hem verraden had, zag dat hij ter dood was veroordeeld, kreeg hij berouw en bracht de dertig zilverlingen terug naar de hogepriesters en oudsten, en zei:
Judas: Ich habe übel getan, daß ich unschuldig Blut verraten habe.Ik heb verkeerd gehandeld door een onschuldige te verraden.
Evangelist: Sie sprachen:Zij zeiden:
Koor: Was gehet uns das an ? Da siehe du zu !Wat gaat ons dat aan ? Dat is jouw verantwoording.
 
50. Recitatief
Evangelist: Und er warf die Silberlinge in den Tempel, hub sich davon, ging hin, und erhängete sich selbst. Aber die Hohenpriester nahmen die Silberlinge und sprachen:Daarop gooide Judas de zilverlingen de tempel in, ging weg, en hing zichzelf op. Maar de hogepriesters raapten de zilverlingen op en zeiden:
Pontifizes: Es taugt nicht, daß wir sie in den Gotteskasten legen, denn es ist Blutgeld.Wij mogen dit geld niet in de offerkist doen, want het is bloedgeld.
 
51. Aria (Bas)
Gebt mir meinen Jesum wieder !Geef mij mijn Jezus terug !
Seht, das Geld, den Mörderlohn,Zie het geld, het moordenaarsloon,
Wirft euch der verlorne Sohn,werpt de verloren zoon u
Zu den Füßen nieder !voor uw voeten neer.
 
52. Recitatief
Evangelist: Sie hielten aber einen Rat, und kauften einen Töpfers Acker darum, zum Begräbnis der Pilger. Daher ist derselbige Acker genennet der Blutacker bis auf den heutigen Tag.En zij overlegden, en kochten land van een pottenbakker, om vreemdelingen te kunnen begraven. Daarom heet die akker nog altijd: de bloedakker.
Da ist erfüllet, das gesagt ist durch den Propheten Jeremias, da er spricht: "Sie haben genommen dreißig Silberlinge, damit bezahlet ward der Verkaufte, welchen sie kauften von den Kindern Israel, und haben sie gegeben um einen Töpfers Acker, als mir der Herr befohlen hat."Op deze wijze is vervuld wat is voorspeld door de profeet Jeremia: "Zij hebben dertig zilverlingen genomen, waarmee de verkochte betaald werd, die zij kochten van de kinderen van Israël, en hebben ze gegeven voor het land van een pottenbakker, zoals de heer mij bevolen heeft".
Jesus aber stand vor dem Landpfleger; und der Landpfleger fragte ihn, und sprach:Jezus stond voor de landvoogd, en de landvoogd vroeg hem:
Pilatus: Bist du der Jüden König ?Bent jij de koning van de Joden ?
Evangelist: Jesus aber sprach zu ihm:En Jezus zei tegen hem:
Jesus: Du sagest's.Jij zegt het.
Evangelist: Und da er verklagt ward von den Hohenpriestern und Ältesten, antwortete er nichts. Da sprach Pilatus zu ihm:En toen hij werd beschuldigd door de hogepriesters en oudsten, antwoordde hij niets. Toen zei Pilatus tegen hem:
Pilatus: Hörest du nicht, wie hart sie dich verklagen ?Hoort u niet waarvan zij u allemaal beschuldigen ?
Evangelist: Und er antwortete ihm nicht auf ein Wort, also, daß sich auch der Landpfleger sehr verwunderte.Maar hij antwoordde op geen enkele vraag, waarover de landvoogd zich zeer verwonderde.
 
53. Koor
Befiehl du deine WegeVertrouw gerust uw leven,
und was dein Herze kränkten wat uw hart krenkt
der allertreusten Pflegede trouwste zorg
dess, der den Himmel lenkt.toe, aan hem die dat reeds beschikt.
Der Wolken, Luft und WindenDe wolken, lucht en winden
gibt Wege, Lauf und Bahn,geven paden, wegen en banen,
der wird auch Wege finden,hij zal ook paden vinden,
da dein Fuß gehen kann.waarlangs uw voet kan gaan.
 
Jesu Verurteilung und Verspottung, Matthäus 27, 15-30
 
54. Recitatief
Evangelist: Auf das Fest aber hatte der Landpfleger Gewohnheit, dem Volk einen Gefangenen loszugeben, welchen sie wollten. Er hatte aber zu der Zeit einen Gefangenen, einen sonderlichen vor andern, der hieß Barrabas.Op het feest had de landvoogd de gewoonte het volk een gevangene vrij te geven, welke zij wilden. Hij had in die dagen een gevangene, beruchter dan wie ook, genaamd Barrabas.
Und da sie versammlet waren, sprach Pilatus zu ihnen:Aan de menigte, die zich verzameld had, vroeg Pilatus:
Pilatus: Welchen wollet ihr, daß ich euch losgebe ? Barrabam oder Jesum, von dem gesaget wird, er sei Christus ?Wie willen jullie dat ik vrijlaat: Barrabas, of Jezus, van wie gezegd wordt dat hij de Christus is ?
Evangelist: Denn er wußte wohl, daß sie ihn aus Neid überantwortet hatten. Und da er auf dem Richtstuhl saß, schickete sein Weib zu ihm und ließ ihm sagen:Want hij wist heel goed dat zij hem uit afgunst hadden overgeleverd. En terwijl hij op de rechterstoel zat, stuurde zijn vrouw hem de boodschap:
Pilatus' vrouw: Habe du nichts zu schaffen mit diesem Gerechten; ich habe heute viel erlitten im Traum von seinetwegen !Bemoei je niet met deze rechtvaardige; vannacht heb ik in een droom veel om hem geleden.
Evangelist: Aber die Hohenpriester und die Ältesten überredeten das Volk, daß sie um Barrabas bitten sollten, und Jesum umbrächten.Maar de hogepriester en de oudsten overreedden het volk te vragen om Barrabas, en Jezus te laten ombrengen.
Da antwortete nun der Landpfleger, und sprach zu ihnen:Toen vroeg de landvoogd aan de menigte:
Pilatus: Welchen wollt ihr unter diesen zweien, den ich euch soll losgeben ?Welke van deze twee willen jullie dat ik vrijlaat ?
Evangelist: Sie sprachen:Zij riepen:
Koor: Barrabam !Barrabas !
Evangelist: Pilatus sprach zu ihnen:Pilatus zei tegen hen:
Pilatus: Was soll ich denn machen mit Jesu, von dem gesagt wird, er sei Christus ?Wat moet ik dan doen met Jezus, van wie gezegd wordt dat hij de Christus is ?
Evangelist: Sie sprachen alle:Zij riepen allen:
Koor: Laß ihn kreuzigen !Laat hem kruisigen !
 
55. Koor
Wie wunderbarlich ist doch diese Strafe !Hoe wonderbaarlijk is deze straf:
Der gute Hirte leidet für die Schafe,De goede herder lijdt voor de schapen,
Die Schuld bezahlt der Herre, der Gerechte,de heer, de rechtvaardige, moet boeten,
Für seine Knechte.voor zijn knechten.
 
56. Recitatief
Evangelist: Der Landpfleger sagte:De landvoogd zei:
Pilatus: Was hat er denn Übels getan ?Wat heeft hij dan voor kwaad gedaan ?
 
57. Arioso (Sopraan)
Er hat uns allen wohlgetan,Hij heeft ons allen welgedaan,
Den Blinden gab er das Gesicht,de blinden gaf hij zicht,
Die Lahmen macht' er gehend,de verlamden liet hij weer lopen,
Er sagt uns seines Vaters Wort,hij bracht ons het woord van zijn vader,
Er trieb die Teufel fort,hij dreef de duivelen uit,
Betrübte hat er aufgericht't,bedroefden heeft hij moed ingesproken,
Er nahm die Sünder auf und an.hij ontfermde zich over de zondaars.
Sonst hat mein Jesus nichts getan.Iets anders heeft mijn Jezus niet gedaan.
 
58. Aria (Sopraan)
Aus Liebe will mein Heiland sterben,Uit liefde wil mijn verlosser sterven,
Von einer Sünde weiß er nichts.hij heeft geen zonden begaan.
Daß das ewige VerderbenOpdat het eeuwige verderf
Und die Strafe des Gerichtsen de straf van het laatste oordeel
Nicht auf meiner Seele bliebe.van mijn ziel wordt weggenomen.
 
59. Recitatief
Evangelist: Sie schrieen aber noch mehr und sprachen:Maar zij schreeuwden des te meer:
Koor: Laß ihn kreuzigen !Laat hem kruisigen !
Evangelist: Da aber Pilatus sahe, daß er nichts schaffete, sondern daß ein viel größer Getümmel ward, nahm er Wasser und wusch die Hände vor dem Volk, und sprach:Toen Pilatus zag dat hij niets bereikte, maar dat de opschudding des te groter werd, nam hij water en waste zijn handen voor de ogen van de menigte, zeggende:
Pilatus: Ich bin unschuldig an dem Blut dieses Gerechten, sehet ihr zu.Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtvaardige, het is jullie verantwoording.
Evangelist: Da antwortete das ganze Volk, und sprach:Toen antwoordde de menigte:
Koor: Sein Blut komme über uns und unsre Kinder.Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.
Evangelist: Da gab er ihnen Barrabam los; aber Jesum ließ er geißeln und überantwortete ihn, daß er gekreuziget würde.Toen liet hij Barrabas vrij, maar Jezus liet hij geselen en hij leverde hem over, om gekruisigd te worden.
 
60. Arioso (Alt)
Erbarm es Gott !Heb medelijden, God !
Hier steht der Heiland angebunden.Hier staat de verlosser, vastgebonden.
O Geißelung, o Schläg, o Wunden !O geseling, o slagen, o wonden !
Ihr Henker, haltet ein !Jullie beulen, houd op !
Erweichet euch der Seelen Schmerz,Verweekt jullie zielensmart dan niet,
Der Anblick solches Jammers nicht ?bij de aanblik van zulk lijden ?
Ach ja ! ihr habt ein Herz,Ach ja, jij hebt een hart,
Das muß der Martersäule gleichdat nog veel harder dan
Und noch viel härter sein.de martelpaal moet zijn.
Erbarmt euch, haltet ein !Heb medelijden, houd op !
 
61. Aria (Alt)
Können Tränen meiner WangenKunnen tranen van mijn wangen
nichts erlangen,niets uitrichten,
O, so nehmt mein Herz hinein !neem dan mijn hart erbij.
Aber laßt es bei den Fluten,Maar laat bij het vloeien,
Wenn die Wunden milde bluten,wanneer de wonden zacht bloeden,
Auch die Opferschale sein !mijn hart ook de offerschaal zijn.
 
62. Recitatief
Evangelist: Da nahmen die Kriegsknechte des Landpflegers Jesum zu sich in das Richthaus, und sammleten über ihn die ganze Schar, und zogen ihn aus und legeten ihm einen Purpurmantel an, und flochten eine Dornenkrone und setzten sie auf sein Haupt, und ein Rohr in seine rechte Hand, und beugeten die Knie vor ihm, und spotteten ihn, und sprachen:Toen namen de krijgsknechten van de landvoogd Jezus mee in het gerechtsgebouw, verzamelden de hele bende om hem heen; ze kleedden hem uit, en trokken hem een purperen mantel aan, en vlochten een doornenkroon die zij op zijn hoofd zetten, en gaven hem een rietstaf in zijn rechterhand, en vielen op de knieën voor hem en bespotten hem, zeggende:
Koor: Gegrüßet seist du, Jüdenkönig !Wees gegroet, jij koning der Joden !
Evangelist: Und speieten ihn an, und nahmen das Rohr, und schlugen damit sein Haupt.En bespuwden hem, en namen het riet en sloegen daarmee op zijn hoofd.
 
63. Koor
O Haupt voll Blut und Wunden,O hoofd vol bloed en wonden,
Voll Schmerz und voller Hohn,vol leed en overspoeld met hoon,
O Haupt, zu Spott gebundenO hoofd, ten spot omwonden
Mit einer Dornenkron.met een doornenkroon.
O Haupt, sonst schön gezieretO hoofd, ooit versierd
Mit höchster Ehr und Zier,met de hoogste eer en pracht,
Jetzt aber hoch schimpfieret,nu echter gesmaad,
Gegrüßet seist du mir !ik groet u.
 
Du edles Angesichte,U edel aangezicht,
Vor dem sonst schrickt und scheutaanbeden en geschuwd
Das große Weltgerichte,door al dat leeft op aarde,
Wie bist du so bespeit;hoe wordt u nu bespuwd.
Wie bist du so erbleichet !Hoe bent u thans verbleekt.
Wer hat dein Augenlicht,Wie heeft het licht van uw ogen,
Dem sonst kein Licht nicht gleichet,dat anders met geen enkel licht is te vergelijken,
So schändlich zugericht't ?zo vreselijk geschonden ?
 
Jesu Kreuzigung und Tod, Matthäus 27, 31-56
 
64. Recitatief
Evangelist: Und da sie ihn verspottet hatten, zogen sie ihm den Mantel aus, und zogen ihm seine Kleider an, und führeten ihn hin, daß sie ihn kreuzigten.En toen zij hem bespot hadden, trokken zij hem de mantel uit, en trokken hem zijn kleren aan, en voerden hem weg om gekruisigd te worden.
Und indem sie hinausgingen, funden sie einen Menschen von Kyrene mit Namen Simon; den zwangen sie, daß er ihm sein Kreuz trug.En buiten gekomen troffen zij een man aan uit Cyrene, genaamd Simon, en dwongen hem zijn kruis te dragen.
 
65. Arioso (Bas)
Ja, freilich will in uns das Fleisch und BlutJa, vanzelfsprekend wil in ons het vlees en bloed
zum Kreuz gezwungen sein;tot het kruis gedwongen worden;
Je mehr es unsrer Seele gut,Hoe beter het is voor onze ziel,
Je herber geht es ein.des te bitter is het te aanvaarden.
 
66. Aria (Bas)
Komm, süßes Kreuz,Kom, lieflijk kruis,
So will ich sagen,zo wil ik zeggen,
Mein Jesu, gib es immer her !mijn Jezus, geef het maar aan mij.
Wird mir mein Leiden einst zu schwer,En wordt mij mijn lijden eens te zwaar,
So hilf du mir es selber tragen.help mij dan het te dragen.
 
67. Recitatief
Evangelist: Und da sie an die Stätte kamen mit Namen Golgatha, das ist verdeutschet Schädelstätt, gaben sie ihm Essig zu trinken mit Gallen vermischet; und da er's schmeckete, wollte er's nicht trinken. Da sie ihn aber gekreuziget hatten, teilten sie seine Kleider und wurfen das Los darum, auf daß erfüllet würde, das gesagt ist durch den Propheten: "Sie haben meine Kleider unter sich geteilet, und über mein Gewand haben sie das Los geworfen." Und sie saßen allda und hüteten sein.En toen zij op de plaats kwamen, met de naam Golgotha, ofwel schedelplaats, gaven zij hem wijn te drinken met gal vermengd; en toen hij het proefde, wilde hij het niet drinken. Toen zij hem gekruisigd hadden, verlootten zij zijn kleren, opdat vervuld werd wat gezegd is door de profeet: "Zij hebben mijn klederen onder elkaar verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen". En zij zaten daar en bewaakten hem.
Und oben zu seinem Haupte hefteten sie die Ursach seines Todes beschrieben, nämlich: "Dies ist Jesus, der Jüden König."En boven zijn hoofd plaatsten zij een bord met zijn beschuldiging, namelijk "Dit is Jezus, de koning van de Joden".
Und da wurden zween Mörder mit ihn gekreuziget, einer zur Rechten, und einer zur Linken. Die aber vorübergingen, lästerten ihn, und schüttelten ihre Köpfe, und sprachen:En met hem werden twee moordenaars gekruisigd, een aan zijn rechterhand en een aan zijn linkerhand. En degenen die voorbij liepen lasterden hem, en schudden hun hoofd, en zeiden:
Koor: Der du den Tempel Gottes zerbrichst, und bauest ihn in dreien Tagen, hilf dir selber ! Bist du Gottes Sohn, so steig herab vom Kreuz !Jij die de tempel van God afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red jezelf ! Als Je de zoon van God bent, kom dan van dat kruis af !
Evangelist: Desgleichen auch die Hohenpriester spotteten sein samt den Schriftgelehrten und Ältesten und sprachen:Evenzo bespotten hem ook de hogepriesters en de schriftgeleerden en oudsten, die zeiden:
Koor: Andern hat er geholfen, und kann ihm selber nicht helfen. Ist er der König Israel, so steige er nun vom Kreuz, so wollen wir ihm glauben. Er hat Gott vertrauet; der erlöse ihn nun, lüstet's ihn; denn er hat gesagt: Ich bin Gottes Sohn.Anderen heeft hij geholpen, maar zichzelf kan hij niet helpen. Als hij de koning van Israël is, laat hem dan van dat kruis afkomen, dan zullen wij hem geloven. Hij vertrouwde toch op God ? Laat God hem dan verlossen, als God dat zint. Want hij heeft gezegd ik ben de zoon van God.
 
68. Recitatief
Evangelist: Desgleichen schmäheten ihn auch die Mörder, die mit ihm gekreuziget wurden.Ook de moordenaars die met hem gekruisigd werden, beschimpten hem.
 
69. Arioso (Alt)
Ach Golgatha, unsel'ges Golgatha !Ach Golgotha, onfortuinlijk Golgotha !
Der Herr der HerrlichkeitDe heer der heerlijkheid
Muß schimpflich hier verderben,moet hier in schande sterven,
Der Segen und das Heil der Weltde zegen en het heil van de wereld
Wird als ein Fluch ans Kreuz gestellt.wordt als een vloek aan het kruis geslagen.
Der Schöpfer Himmels und der ErdenDe schepper van hemel en aarde
Soll Erd und Luft entzogen werden.moet aarde en lucht onttrokken worden.
Die Unschuld muß hier schuldig sterben,De onschuld moet hier schuldig sterven,
Das gehet meiner Seele nah;dat pijnigt mijn ziel;
Ach Golgatha, unsel'ges Golgatha !Ach Golgotha, onfortuinlijk Golgotha !
 
70. Aria (Alt)
Sehet, Jesus hat die Hand,Zie, Jezus heeft zijn hand,
Uns zu fassen, ausgespannt. Kommtom ons te omsluiten, naar ons uitgestrekt. Kom !
Koor: Wohin ?Waarheen ?
Alt: In Jesu Armen sucht Erlösung,Zoek verlossing in Jezus' armen,
Nehmt Erbarmen, suchet !laat u ontfermen, zoek !
Koor: Wo ?Waar ?
Alt: In Jesu Armen.In Jezus' armen.
Lebet, sterbet, ruhet hier,Leef, sterf, rust hier uit,
Ihr verlaß'nen Küchlein,jullie verlaten kuikens,
Ihr, bleibetBlijf
Koor: Wo ?Waar ?
Alt: In Jesu Armen.In Jezus' armen.
 
71. Recitatief
Evangelist: Und von der sechsten Stunde an ward eine Finsternis über das ganze Land, bis zu der neunten Stunde. Und um die neunte Stunde schriee Jesus laut, und sprach:En vanaf het zesde uur was er een duisternis over het hele land tot aan het negende uur. En omtrent het negende uur riep Jezus luid:
Jesus: Eli, Eli, lama asabthani ?Eli, Eli, lama sabachtani ?
Evangelist: Das ist: "Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen ?". Etliche aber, die da stunden, da sie das höreten, sprachen sie:Dat is: "mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten ?". Sommigen die daar stonden en dat hoorden, zeiden:
Koor: Der rufet den Elias !Hij roept Elia !
Evangelist: Und bald lief einer unter ihnen, nahm einen Schwamm und füllete ihn mit Essig und steckete ihn auf ein Rohr und tränkete ihn. Die andern aber sprachen:Spoedig kwam een van hen toelopen, nam een spons, vulde die met azijn, stak de spons op een riet, en gaf hem te drinken. Maar de anderen zeiden:
Koor: Halt ! Laß sehen, ob Elias komme und ihm helfe ?Wacht, laten we kijken of Elia hem komt helpen.
Evangelist: Aber Jesus schriee abermal laut, und verschied.Maar Jezus riep wederom met luide stem, en gaf de geest.
 
72. Koor
Wenn ich einmal soll scheiden,Als ik eenmaal moet sterven,
So scheide nicht von mir,blijf dan bij mij,
Wenn ich den Tod soll leiden,als ik de dood moet lijden,
So tritt du dann herfür !ben dan mij nabij.
Wenn mir am allerbängstenAls mij het allerbangste
Wird um das Herze sein,om het hart zal zijn,
So reiß mich aus den Ängstenverlos mij uit mijn angsten
Kraft deiner Angst und Pein !door uw angst en pijn.
 
73. Recitatief
Evangelist: Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück, von oben an bis unten aus. Und die Erde erbebete, und die Felsen zerrissen, und die Gräber täten sich auf, und stunden auf viel Leiber der Heiligen, die da schliefen, und gingen aus den Gräbern nach seiner Auferstehung, und kamen in die heilige Stadt und erschienen vielen. Aber der Hauptmann und die bei ihm waren und bewahreten Jesum, da sie sahen das Erdbeben und was da geschah, erschraken sie sehr, und sprachen:En zie, het gordijn van de tempel scheurde in tweeën van boven tot onder, en de aarde beefde en de rotsen scheurden, en de graven openden zich, en vele lichamen van de heiligen die ontslapen waren verrezen, en gingen uit de graven na zijn opstanding, en kwamen in de heilige stad en verschenen aan velen. Maar toen de hoofdman en zijn mannen, die Jezus bewaakten, de aardbeving zagen, en de dingen die er gebeurden, schrokken zij zeer en zeiden:
Koor: Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen.Ongetwijfeld, deze was de zoon van God.
Evangelist: Und es waren viel Weiber da, die von ferne zusahen, die da waren nachgefolget aus Galiläa und hatten ihm gedienet, unter welchen war Maria Magdalena, und Maria, die Mutter Jacobi und Joses, und die Mutter der Kinder Zebedäi.En er waren daar veel vrouwen die Jezus waren gevolgd uit Galilea en hem hadden gediend, die van verre toezagen. Onder hen waren Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jacobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
 
Jesu Grablegung, Matthäus 27, 57-61
 
Am Abend aber kam ein reicher Mann von Arimathia, der hieß Joseph, welcher auch ein Jünger Jesu war, der ging zu Pilato und bat ihn um den Leichnam Jesu. Da befahl Pilatus, man sollte ihm ihn geben.'s Avonds kwam een rijke man van Arimathea, met de naam Jozef, die tevens een discipel van Jezus was. Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Toen gaf Pilatus de opdracht dat men het hem moest geven.
 
74. Arioso (Bas)
Am Abend, da es kühle war,'s Avonds, toen het koel was,
ward Adams Fallen offenbar;Werd de zondeval van Adam openbaar;
Am Abend drücket ihn der Heiland nieder.'s Avonds buigt zich de verlosser neer.
Am Abend kam die Taube wieder und trug ein Ölblatt in dem Munde.'s Avonds keerde de duif terug, en bracht een olijftak mee.
O schöne Zeit ! O Abendstunde !O schone tijd, o avondstond.
Der Friedensschluß ist nun mit Gott gemacht,De vrede is nu met God gesloten,
Denn Jesus hat sein Kreuz vollbracht.want Jezus heeft zijn werk volbracht.
Sein Leichnam kommt zur Ruh,Zijn lichaam komt tot rust,
Ach ! liebe Seele, bitte du,ach, lieve ziel, ik smeek je,
Geh, lasse dir den toten Jesum schenken,ga, laat u de dode Jezus schenken,
O heilsames o köstlich's Angedenken !O heilzaam, o kostbaar aandenken.
 
75. Aria (Bas)
Mache dich, mein Herze, rein,Maak u, mijn hart, vrij van zonden,
Ich will Jesum selbst begraben.ik wil Jezus zelf begraven.
Denn er soll nunmehr in mirWant hij zal voortaan in mij
Für und fürmeer en meer
Seine süße Ruhe haben.zijn zoete rust hebben.
Welt, geh aus, laß Jesum ein !Wereld, ga uit, laat Jezus binnen.
 
76. Recitatief
Evangelist: Und Joseph nahm den Leib und wickelte ihn in ein rein Leinwand und legte ihn in sein eigen neu Grab welches er hatte lassen in einen Fels hauen, und wälzete einen großen Stein vor die Tür des Grabes, und ging davon.En Jozef nam het lichaam, wikkelde het in schoon linnen en legde het in zijn eigen nieuwe graf, dat hij in een rots had laten uithouwen, en wentelde een grote steen voor de ingang van het graf, en vertrok.
Es war aber allda Maria Magdalena und die andere Maria, die satzten sich gegen das Grab. Des andern Tages, der da folget nach dem Rüsttage, kamen die Hohenpriester und Pharisäer sämtlich zu Pilato und sprachen:Daarbij waren ook Maria Magdalena en de andere Maria, die tegenover het graf gingen zitten. De volgende morgen, na de voorbereiding voor het feest, kwamen de hogepriesters en farizeeën samen bij Pilatus, en zeiden:
 
Die Bewachung des Grabes, Matthäus 2, 62-66
 
Koor: Herr, wir haben gedacht, daß dieser Verführer sprach, da er noch lebete: "Ich will nach dreien Tagen wieder auferstehen." Darum befiehl, daß man das Grab verwahre bis an den dritten Tag, auf daß nicht seine Jünger kommen, und stehlen ihn, und sagen zu dem Volk: Er ist auferstanden von den Toten, und werde der letzte Betrug ärger denn der erste !Heer, wij herinneren ons dat deze verleider bij zijn leven heeft gezegd: Ik zal na drie dagen wederopstaan. Geef daarom opdracht dat het graf bewaakt wordt tot op de derde dag. Zodat zijn discipelen hem niet kunnen komen stelen, en tegen het volk zeggen: hij is opgestaan uit de doden. Zo zou de laatste leugen nog erger zijn dan de eerste.
Evangelist: Pilatus sprach zu ihnen:Pilatus sprak tot hen:
Pilatus: Da habt ihr die Hüter; gehet hin und verwahret's, wie ihr wisset !Hier hebben jullie de bewakers, vertrek en bewaak het graf zoals jullie dat willen.
Evangelist: Sie gingen hin und verwahreten das Grab mit Hütern, und versiegelten den Stein.Zij vertrokken, zetten wachtposten neer bij het graf, en verzegelden de steen.
 
77. Arioso (solisten)
Bas: Nun ist der Herr zur Ruh gebracht.Nu is de heer te ruste gelegd.
Koor: Mein Jesu, gute Nacht !Mijn Jezus, goede nacht.
Tenor: Die Müh ist aus, die unsre Sünden ihm gemacht.De last van onze zonden is van hem afgenomen.
Koor: Mein Jesu, gute Nacht !Mijn Jezus, goede nacht.
Alt: O selige Gebeine,O zalig gebeente,
seht, wie ich euch mit Bußzie hoe ik u met boete
und Reu beweine,en berouw beween.
Daß euch mein Fall in solcheOmdat mijn zonden u in zulke
Not gebracht !nood hebben gebracht.
Koor: Mein Jesu, gute Nacht !Mijn Jezus, goede nacht.
Sopraan: Habt lebenslangMijn leven lang
Vor euer Leiden tausend Dank,zal ik u danken voor uw lijden,
Daß ihr mein Seelenheil so wert geacht't.omdat mijn heil u zo ter harte ging.
Koor: Mein Jesu, gute Nacht !Mijn Jezus, goede nacht.
 
78. Koor
Koor: Wir setzen uns mit Tränen niederHuilend gaan wij zitten
und rufen dir im Grabe zu:en roepen u in het graf toe:
Ruhe sanfte, sanfte ruh !rust in vrede, rust zacht.
Ruht, ihr ausgesognen Glieder !Rust nu, uitgeputte ledenmaten.
Ruhet sanfte, ruhet wohl !Rust zacht, rust goed.
Euer Grab und LeichensteinUw graf en uw grafsteen
soll dem ängstlichen Gewissenzullen voor het angstige geweten
ein bequemes Ruhekissen.een aangenaam hoofdkussen
und der Seelen Ruhstatt sein.en rustplaats voor de ziel zijn.
Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein.Vergenoegd sluimeren de ogen toe.
Wir setzen uns mit Tränen niederhuilend gaan wij zitten
und rufen dir im Grabe zu:en roepen u in het graf toe:
ruhe sanfte, sanfte ruh !rust in vrede, rust zacht.
 
Christian Friedrich Henrici (Picander) 1729© Mark Nauta 2007, 2017
 ( contact)
 
het laatste avondmaal - Leonardo da Vinci
Het laatste avondmaal
door Leonardo da Vinci